Tunis, Caïro, Bagdad

Terugspoelen / Gestolen revolutie

Arme dorpelingen grissen enthousiast Iraakse kunstschatten uit de handen van schichtige blanke figuren. Ze baren ze op in musea of stoppen ze stevig onder de grond.

Bloed en ledematen op de markt vinden elkaar en maken nieuwe mensen. Ze kopen iets en gaan dan te voet naar huis. Ook een nerveuze, spichtige jonge man. Hij loopt recht naar de badkamer, kijkt in de spiegel en haalt springstof van onder zijn kleren. Op weg naar buiten geeft hij al zijn broers en zussen, zijn moeder en vader, grootmoeder en tante voor het eerst een liefdevolle aai, schouderklop, zoen. Dan loopt hij naar vrienden, onder de arm het bompakket in een sjaal gewikkeld. Een oudere man, “chef”, neemt het dikke pak mee om die nacht nog door te verkopen en nooit meer terug te zien.

Soldates en soldaten ritsen hun bodybags open en gaan samen tochtjes maken over zanderige wegen, in de stilste stukken van de hoofdstad.

Uit velden, grachten, huizen, scholen, kantoren en fabrieken stijgen zware metalen cilinders op. Korenaren kraken recht en daken overal in het land puzzelen en plooien zich stevig in elkaar. Kinderen, moeders, oudste zonen en hun vaders komen onder vreugdetranen weer tot leven en hervatten onmiddellijk hun werk of spel. Achteruitvliegtuigen vangen ondertussen de cilinders op en zetten ze neer op grote vliegdekschepen midden in de zee. De schepen varen terug naar de VS, waar de zware, voorzichtige heftrucks de cilinders uitpakken en honderden mannen en vrouwen ze uit elkaar schroeven. Ganse Amerikaanse regimenten stappen achterwaarts op Boeings terug naar huis.

Powel en Blair slikken leugens in. George W. Bush vergeet hoe het voelt om zijn vader voor schut te zetten. Rumsfeld, Cheney en Wolfowitz laten zich vallen in de zetel. Nachtmerries en angsten vervliegen. Ze zinken neer in het Iraakse zand.

Vandaag, op de dag dat twee miljoen Egyptenaren in Caïro, Alexandrië en Suez op straat komen, en de geur van jasmijnen uit Tunis aanwaait, komen voor het eerst ook duizenden mensen op straat in Bagdad. Jonge mannen en vrouwen trekken de kop. Ze scanderen slogans tegen het corrupte Baathregime en tegen Saddam Hoessein. Ook in Tikrit en Basra is er protest. De minister van informatie zegt op televisie dat er niets aan de hand is… Maar morgen zijn er meer betogers.

En terwijl Mubarak Egypte ontvlucht en in Jemen, Jordanië, Sudan en Mauretanië het volk de straten vult, zwelt in Irak de oppositie aan. Al-Sadr weet niet goed wat doen. Een door de VS gestuurde zakenman wordt door de massa lauw ontvangen. De woordvoerders lopen op straat en bestormen het ministerie van binnenlandse zaken.

Op 14 februari 2011, op het Paradijsplein in hartje Bagdad, valt het grote standbeeld van Saddam. Een jongeman klimt op de bast van de tiran. En hij roept. De koorts van verandering hangt in de lucht.

(met dank aan Kurt Vonnegut natuurlijk)

Advertenties
Geplaatst in De geest van verzet, Op de grond! | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Pleidooi voor burgerpolitiek

Dan is het nu aan ons

De Wetstraat heeft zich in een ernstige regimecrisis gestort. Zoveel is duidelijk. De EU en de regio’s blijven dan wel draaien, op dit moment is het Belgische beleidsniveau absoluut noodzakelijk om de orde in het Koninkrijk te bewaren. Ook ‘het triumviraat’ (de benaming alleen al!) is er niet uitgekomen. Johan Vandelanotte gooide gisteren de handdoek in de ring en niemand in de Wetstraat weet echt hoe het nu verder moet…

Op de eerste tekenen van stijgende ergernis onder de bevolking, zijn tot op vandaag alleen maar oukazes gevolgd over ‘de kiezer’, ‘de democratie’, ‘ wij en zij’ enzovoort. De Wever gaat zelfs verder door publiek te zeggen wat al zijn collega-onderhandelaars alleen maar durven denken; namelijk dat “de verkiezingen de enige democratische uiting zijn”. We lezen: protesteren mag, maar de Wetstraat moet er geen gram rekening mee houden. Tegelijkertijd wil onder onze volksvertegenwoordigers niemand echt verantwoordelijkheid opnemen voor de impasse. Noch de gelen, noch de roden, noch de anderen.

Betogen op 23 januari, Camping 16, ‘Niet in onze naam’ in de KVS en de baarden van Benoit Van Poelvoorde; voorlopig probeerden we aan politiek te doen zonder echt aan politiek te doen. We brachten een soort lightversie van buitenparlementaire politiek.

Burgerpolitiek vs. de Wetstraat

Alle drie de scenario’s die de Wetstraat voorlegt, leiden heel misschien tot een regering, maar zeer zeker tot democratische regressie. Verder onderhandelen is geen oplossing op korte termijn, een noodregering zal als weinig legitiem ervaren worden en nieuwe verkiezingen onder dezelfde omstandigheden zullen een gelijkaardig resultaat opleveren. Wat er hier ook van gebeurt, een steeds grotere groep mensen zal zich afkeren van ‘de politiek’ en tegelijkertijd ook van het politieke en zelfbewustzijn.

Als beloning voor haar falen, krijgt de Wetstraat dus nog meer macht in handen. We komen hier terecht in een vicieuze cirkel waar de gebrekkige betrokkenheid van de burgers leidt tot een kortsluiting die de mensen nog verder wegjaagt van een noodzakelijke actieve rol.

Net om die reden is er vandaag nood aan een meer en meer ingrijpende vormen van burgerpolitiek. De betoging op 23 januari was een voorlopig hoogtepunt dat kan zorgen voor een ommekeer. De voorwaarde is dat we het hier niet bij laten en dat er nieuwe, meer diepgravende initiatieven volgen. Dat is nodig, want zonder overdrijven kunnen we zeggen dat als we niet met z’n allen uit die vicieuze cirkel stappen, onze democratie op het spel staat. Niet het formele systeem natuurlijk met kiezers en zetels, maar de noodzakelijke praktijk van een steeds uitbreidende groep betrokken burgers met steeds meer onderbouwde meningen over steeds meer thema’s en dus een almaar groeiende impact op wat er wel of niet gebeurt in bedrijven, scholen, buurten enzovoort.

Uitgaand van de ervaring van de laatste maanden en de (f)lauwe reacties op de betoging van zondag lijken politici van alle strekkingen te denken dat hoe minder mensen meedoen op eigen verantwoordelijkheid, hoe beter het is voor de democratie. Dat is een gevaarlijke situatie voor een samenleving.

Het hier verdedigde ‘primaat van de politiek’ leidde al tot teveel ‘particratie’ (de partijen die alles beslissen buiten het parlement om). De volgende stap is misschien zelfs een ‘dictatuur van de Wetstraat’, waar parlement noch burger aan te pas komen. Meer dan ooit zullen de beleidspartijen dan allerlei beslissingsmodellen vastbetonneren in zichzelf en achter de schermen. Wie pleit voor een noodregering of ‘zakenkabinet’ slaat alvast die richting in.

De bevolking is gedegradeerd tot ‘kiezer’; een soort croupier die de kaarten schudt en deelt, maar zelf niet mag meespelen.

Ons antwoord is dat het vandaag niet langer over Vlamingen vs. Franstaligen kan gaan. In die zin is het zelfs ontoereikend om in te zetten op eenheid of solidariteit. Vandaag is het tijd om een nieuwe confrontatie aan te gaan die alle voorgaande opheft. We ontdekken een vastgeroeste (bijna letterlijk te nemen!), zelfingenomen Wetstraat die zich stoort aan het politieke ontwaken van haar burgers. De bevolking is gedegradeerd tot ‘kiezer’; een soort croupier die de kaarten schudt en deelt, maar zelf niet mag meespelen.

Nochtans is het doel van die burgerpolitiek te slagen waarin de grote partijen falen: de democratie te versterken, verbreden, verruimen, verdiepen.

Operatie HOPE

Om hier iets aan te doen zullen we nieuwe open democratische ruimtes moeten creëren en de confrontatie aangaan met de Wetstraat op basis van eigen originele ultimatums en eisen.

We kunnen werk gaan maken van wekelijkse lokale burgerwakes die zich opwerpen als controleur van de Wetstraat en volgende acties bespreken en plannen. De wakes kunnen overal in het land plaatsvinden en – waarom niet – in Brussel Nederlandstaligen, Franstaligen en alle andere taligen samenbrengen. Zo ontstaat een soort van ‘Nationale Dialoog’ die zich afzet tegen de ruis die de grote partijen produceren. Ook van Reybroucks voorstel van een paar maanden terug in Le Soir en De Standaard kan dan weer worden opgediept (1), want waartoe leidt een open Nationale Dialoog beter dan tot een volle Heizel, massa’s ontmoetingen, debatten en nieuwe hoop op een uitweg uit de impasse waarin iedereen zich kan vinden?

En tegelijkertijd kunnen we eindelijk de stap zetten ook eens harde taal te spreken. Want bij het moment dat we weer in onze eigen Naam gaan spreken (omdat we niet langer een goed gevoel hebben bij volksvertegenwoordigers die in onze Naam spreken), hoort nu eenmaal het dreigement dat we dat misschien wel zullen moeten blijven doen.

Om te zeggen dat we niet zullen ophouden tot er oplossingen komen. Dat we zelf oplossingen zullen bedenken en doorvoeren als onze verkozenen het niet doen. Dat we opnieuw op straat zullen komen; zowel als er plots zomaar een noodregering opduikt (want we willen structurele oplossingen, geen oplapwerk) als wanneer er in maart nog geen echte regering is. Dat we het niet zullen pikken als er nieuwe verkiezingen komen en de onderhandelaars en hun onbekende collega’s in het parlement op onze kosten (via de partijdotaties) tonnen papier gaan verspillen aan verwijtende taal en wollige slogans. Dat we iedereen op tv willen zien, niet enkel degenen die al verkozen zijn of wie “zegt wat iedereen denkt” en niet alleen de vertegenwoordigers of would be vertegenwoordigers van onze ‘taalgroep’.

Er ligt hier een nieuwe wereld voor ons open. Zolang we niet plooien voor deze onverkwikkelijke situatie, zolang we al onze verbeeldingskracht gebruiken om hier en nu de democratie te versterken (iets waar de Wetstraat duidelijk niet in slaagt), en zolang we maar op zoek gaan naar nieuwe eerlijke, billijke, democratische manieren om er uit te geraken.

Misschien dat het dan ook tijd is om operatie SHAME om te zetten in een operatie HOPE.

(1) http://www.lesoir.be/debats/chroniques/2010-09-23/il-faut-une-conference-nationale-pour-la-belgique-794710.php

Geplaatst in De geest van verzet, Europese Unie: stille staat | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Het Vlaamse streven naar ‘afhankelijkheid’

Enkele weken geleden lanceerde het ABVV een campagne tegen enggeestig nationalisme. De socialistische vakbond neemt daarmee terecht de rechtse sociaaleconomische agenda van N-VA (en anderen) op de korrel. Toch konden Vlaamse voorvechters gemakkelijk pareren. “Belgicisten!” riep Ben Weyts in De Zevende Dag, “oubolligaards” fezelde Frank Vandenbroucke.

De ABVV-positie heeft het voordeel van de duidelijkheid. N-VA’ers zijn doortrapte nationalisten en veel van hun verhaal is misleidend. Dat klopt ook omdat de partij onmiskenbaar en doelbewust haar door en door rechtse sociale agenda verstopt achter Vlaamse Leeuwenvlaggen.

Het is de verdienste van initiatieven als Red de Solidariteit, de Vooruitgroep en recent 400 cultuurmensen om die misleiding uitvoering te hebben beargumenteerd en gedocumenteerd.

De vraag die we ons vandaag echter moeten stellen is of dit inzicht volstaat. Kunnen we de vele tienduizenden gezinnen die ten lande zonder zitten (en heil hebben bij een sterke sociale zekerheid) voldoende verdedigen met in onze hand verhalen over Belgische solidariteit?

Op zoek naar antwoorden brengen we daarom in dit stuk de impact van het Europese project op België, Vlaanderen en hun respectievelijke (on)afhankelijkheid in het spel. Het is ook interessant om even dieper in te gaan op nationalisme, Europese Unie en democratie.

De conclusies zijn misschien gedurfd. Wat als Bracke en De Wever geen nationalisten zijn? En kunnen wij ter linkerzijde nog verder zonder ver voorbij België te denken?

De vraag van 80 procent

Vandaag komen – en die les is inmiddels gekend – 80% van alle wetten uit Europa. De Europese Unie, bij monde van Raad, Commissie of (een beetje) het Parlement, vaardigt de kaders uit. Hierop volgen nationale en regionale wetten en plannen. Gebeurt dat niet of niet snel genoeg, dan bestraft het Europees Hof in Luxemburg de zondaar.

De neoliberale bedding waarin de Unie is uitgegraven, is geen voorwerp van democratisch debat. Dat mochten de Denen, Fransen, Nederlanders en Ieren ondervinden na hun respectievelijke ‘neens’ tegen Maastricht en Lissabon. Deze Europese staatshervormingen moesten en zouden er komen.

De bankencrisis was nog niet koud of werkende mensen overal in Europa, te beginnen in Griekenland, draaiden al op voor de bankroof van de bankiers. Europa en IMF houden ons onverbiddelijk onder schot. In mei besliste de Europese Raad dat nationale begrotingen voortaan de Commissie passeren. En zopas eiste Merkel nog verdragswijzigingen om landen die niet strikt bezuinigen strenger te straffen. Ze doet dat onder druk van haar eigen zwalpende banken, die strikte en afdwingbare afbetalingsplannen nodig hebben om zelf te overleven.

In dit kader moet links zich openlijk en hardop durven afvragen wat we ons in godsnaam moeten voorstellen bij die mantras over ‘Vlaamse autonomie’ of zelfs een ‘onafhankelijk Vlaanderen’. Want wat maakt het uit of die 80 % van alle wetten door België dan wel door Vlaanderen worden ingekleurd? Wat maakt het uit of Merkel op de Europese bals handjes schudt met Koning Albert II of President Bart De Wever? Niets toch.

In beide gevallen zijn de Belgische of Vlaamse instellingen bijhuizen van de Europese Raad en de Commissie. Hun belangrijkste taak bestaat er hem in om ons de hoofdzakelijk Duits-Frans-Britse compromissen op te lepelen. In beide gevallen zijn het Belgische of Vlaamse ‘volk’ niet soeverein, niet onafhankelijk.

We overlopen even de stand van zake. In ons land komen de meeste wetten van elders en krijgen slechts een couleur locale. De lokale bevolking mist elke reële grip op de plekken waar die wetten ontstaan (er is geen democratische compensatie voor verlies aan macht vanwege de natiestaat en haar volk). Nieuwe sociale wetten zijn vaak onhaalbaar (in strijd met de Europese verdragen). Als we al zelf iets kunnen ondernemen, zit de kans er dik in dat er geen geld voor is (Europese budgetcontrole). Bye Bye onafhankelijk België én onafhankelijk Vlaanderen!

En toch was NV-A de enige partij die zich tijdens de federale verkiezingen (op een onverdacht moment) zo pro-Europees profileerde. Vlaams-nationalisten die kost wat kost onafhankelijk willen zijn van Wallonië (over Brussel geen serieus woord), maar met betrekking tot de EU geen greintje kritisch denkwerk presenteren. Wat is er aan de hand?

Op dit punt is de combinatie met de inzichten van Vooruitgroep, het cultuurinitiatief en ABVV zeer vruchtbaar.
Alles bij elkaar opgeteld, zien we hier een dominante politieke stroming, die vooral onafhankelijk wil worden van de oude in België ingebedde evenwichten tussen kapitaal en arbeidersbeweging. Na het schragende Belgische establishment tijdens de jaren tachtig en negentig begon door te zakken, neemt het ‘Vlaams burgerijke’ het heft in eigen handen. Hun doel: EU-vazalschap in een ‘onafhankelijk Vlaanderen’. Dat betekent voor hen vooral  onafhankelijk van vakbond en werkvolk.

Omdat beiden in het politieke leven beneden te taalgrens sterker ingebed zijn, neemt hun eigentijdse economisch liberalisme de vorm aan van Vlaams-nationalisme. Hum communautaire en culturalistische verhalen over “de Walen” en “de Franstaligen” doet tegelijkertijd dienst als sluier en breekijzer.
Bijgevolg hebben Bracke, De Wever en het VOKA niets van doen met het streven van een vrij volk naar eigen democratische instellingen. Strikt genomen zijn het veeleer opportunisten dan nationalisten. Hun politiek verhaal drijft op 19de eeuwse romantiek en 20ste eeuwse ressentiment, maar wordt in de eerste plaats gedreven door 21ste eeuwse politieke manoeuvres van de lokale mannen en madammen met centen. De leiding van N-VA verkoopt nieuwe wijn in oude zakken: modern kapitalisme als zelfbeschikking, neoliberalisme als nationalisme.

Je kan zelfs verder gaan. Zolang België blijft bestaan, is ons Vlaamse volk onafhankelijker dan eenmaal we op ‘eigen benen’ zullen staan.
De Vlaamse voorhoede wil haar politieke orders vanuit de EU-instellingen zo onbemiddeld mogelijk en op eigen maat doorvoeren. De huidige Belgische structuren verhinderen dat enigszins. Ze blijven bemiddelen en houden in zich enkele sociale maar vooral ook democratische verworvenheden vast (zie de publieke diensten). Bijgevolg genieten ook Vlaanderen en haar bevolking binnen een Belgisch kader meer soevereiniteit dan een eigen Vlaamse ‘staat’ ooit zou kunnen en willen voorzien.

Een dergelijke fijnere kijk op staat, natie en nationalisme is net wat we nodig hebben om komaf te maken met de huidige krachtige fusie tussen flamigantisme en neoliberalisme. Enerzijds is het correct en noodzakelijk om het gevaar van culturalisme en een eng natiediscours te onderkennen.

Anderzijds is het even belangrijk in het licht van een eengemaakt Europa de potentieel progressieve én populaire agenda te begrijpen van ‘volk, democratie en soevereiniteit’.

De kracht van N-VA is niet alleen een verhaal van rechts populisme over cultuur en volksaard. N-VA verkoopt evengoed ‘autonomie’, ‘subsidiariteit’ en ‘goed bestuur’. Dit slaat aan omdat het teruggrijpt naar alle oude democratische beloftes van de staat aan haar bevolking over onze deelname in de macht.

N-VA belooft net dát wat de partij in één en dezelfde beweging wil afbreken: zelfbeschikking. Daar zit de truc. De implicaties voor links zijn drieledig.

Tussenstop Europa brengt een antidemocratische agenda aan het licht

Zowel het ABVV, de cultuuroproep als de Vooruitgroep kunnen hun verhaal versterken. De Europese eenmaking vandaag hertekent de plaats en functie van nationalistische retoriek. Het Vlaanderen van Bracke en De Wever zal koud en kil zijn, maar niet meer dan het Frankrijk van Sarkozy of Spanje onder Zapatero.

De eenmaking is vandaag bij ons dé uitdrukking van een globalisering die alle historische krachtsverhoudingen tussen arbeid en kapitaal ondergraaft. Niet alleen door middel van sociale afbraak, maar vooral door het ontwrichten van de democratie en haar historisch gegroeide nationale structuren en evenwichten.

Vaak – zoals ook hier in België – moeten eerst de democratie en haar instellingen omzeild worden, alvorens er van sociale afbraak echt sprake kan zijn. Net dat frustreert VOKA zo, want het is geen gemakkelijke klus om klaren. Tegelijkertijd speelt N-VA in op een gevoel dat breed leeft bij de bevolking, namelijk dat België anno 2010 geen afdoend of democratisch antwoord is (in het nieuwe Europa; denken we er zelf bij).

Willen we niet te pas en te onpas in de hoek gedrumd worden door de Ben Weytsen van deze wereld, dan mogen we geen abstractie maken van alle Belgische minpunten en misvormingen. De hemeltergende particratie (die Vlaanderen overerft), het niet aflatende corporatisme (dat Vlaanderen wil radicaliseren in het voordeel van het patronaat) en de strikt toegepaste mengeling der machten (onpopulair, maar handig) zijn ontstaan in strikt Belgisch verband. Ze zorgen er mee voor dat dit België – net zoals elke andere Europese nationale staat – geen project van de toekomst kan zijn.

De Belgische tekortkomingen praten echter niet goed dat Bracke en De Wever ons in naam van “onze kiezers”, “de meerderheid van de Vlamingen” en “de democratie” een waarheid onthouden. Welke trofeeën ze de komende ronde staatshervormen ook binnenhalen, alle denkbare democratische fouten zullen zich onder hun EU-voogdij tienvoudig opstapelen. De helft van het ‘Belgische volk’ wordt een beetje meer ‘Vlaams volk’, maar koopt daar niets mee, integendeel.

Ingaan tegen meer Vlaanderen, zonder duidelijk te maken dat zo’n Vlaanderen staat voor méér (van dit) Europa en minder democratie en zelfbeschikking, is een doorlopende straat.
We kunnen als linksen het best de ‘Vlaamse afhankelijkheid’ van Bracke en De Wever bekampen door over de landsgrenzen heen te kijken. We moeten een positief toekomstproject in elkaar steken. De tijd is gekomen om onder ons en met de mensen het gesprek aan te gaan over een sociaal en politiek hersticht Europa.

Geplaatst in Europese Unie: stille staat | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Het DNA van de Europese Unie

Maar weinig mensen in België volgen wat er zich in en rondom de Europese instellingen afspeelt. Nog minder mensen doen dat op een kritische manier. Europa zou iets veraf zijn. Iets helemaal anders ook dan ‘Vlaanderen’ of ‘België’. Toch wil ‘Europese integratie’ nu juist zeggen dat ons gecompartienteerde land stap per stap één en ondeelbaar wordt met die Europese instellingen. Zeker sinds met het ‘Verdrag van Lissabon’ de facto een Europese staatshervorming werd doorgevoerd die verder gaat dan ooit. Democratisch gehalte van dat proces? Nul. Sociale balans? Negatief.

Enkele jaren geleden nam oud ABVV-voorzitter Georges Debunne – hoewel al een heel eind voorbij zijn pensioenleeftijd – als eerste prominente figuur in de Belgische politiek de handschoen op tegen een Europa dat hij nochtans zelf heeft helpen opbouwen.

Na enkele jaren van dichtbij het verzet tegen de ‘Europese grondwet’ (later Verdrag van Lissabon) te hebben gevolgd, is het denk ik tijd al die indrukken op een rij te zetten. Een eerste stap is samengevat in de presentatie hier:

De presentatie gaat in op twee belangrijke misvattingen i.v.m. de EU.
Daarna volgt de hypothese van de ‘stille staat’ (een omschrijving die ik aan de EU wil geven en een eerste maal ook uitwerk).
Tenslotte breng ik enkele stellingen naar voor over de EU, die zowel inhoudelijk als strategisch een aanzet willen zijn voor links antwoord op deze ondemocratische en diepdiep asociale janboel. Alle reactie welkom!

Geplaatst in Europese Unie: stille staat | Tags: , , , , | 1 reactie